-
Brusselse Regering stelt algemene beleidsverklaring 2011-2012 voor
Charles Picqué (PS), Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, stelde op 19 oktober bij de start van het nieuwe parlementaire jaar de Algemene Beleidsverklaring 2011-2012 voor. Wij brengen voor u de voornaamste zaken omtrent tewerkstelling in kaart.
Zesde staatshervorming
Picqué startte zijn uiteenzetting met het in kaart brengen van de voornaamste evoluties waar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest mee te maken krijgt. De zesde staatshervorming zal een grote invloed hebben op onze hoofdstad. Er werd aan heel wat eisen, die in 2008 in de Octopusnota werden opgelijst, gehoor gegeven. Picqué is tevreden met het rechtvaardiger financieringsmechanisme voor het Gewest, de overdracht van nieuwe bevoegdheden en de nieuwe stappen naar een coherenter beheer van de gewestelijke beleidslijnen. Het Brussels Gewest is de instelling die de Brusselaars doorheen de vele uitdagingen zal moeten leiden. En deze uitdagingen zijn indrukwekkend. De komende jaren zal het Gewest alles uit de kast moeten halen om een aantal prioritaire doelstellingen te verwezenlijken, zoals het bekomen van een financieel evenwicht en het omgaan met de bevolkingsgroei en de steeds grotere toestroom van beroepsactieve jongeren op de arbeidsmarkt die dit met zich meebrengt. Werkjaar 2011-2012 zal uiteraard ook in het teken staan van de uitvoering van de institutionele akkoorden over enerzijds de herschikking van de bevoegdheden tussen de Brusselse instellingen en anderzijds de overdracht van nieuwe bevoegdheden van het federale niveau. Een belangrijk punt in dit kader zal de uitdieping zijn van de bevoegdheden voor de begeleiding van de werkzoekenden.
Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling
Picqué lichtte verschillende grote dossiers toe die de Brusselse Regering op dit ogenblik uitvoert. Zo is er het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO). Dit Plan moet dienen als kader voor al de keuzes en beslissingen die Brussel zal nemen met het oog op de toekomst. In 2010 werd voor verschillende thema's, waaronder economie-tewerkstelling, een stand van zaken van het gevoerde beleid binnen de grote gewestelijke bevoegdheden opgemaakt. Tegen het einde van dit jaar zal een tweede prospectieve fase afgerond zijn en zal een Strategisch Plan opgesteld zijn. Hierin wordt een metropolitaine visie weergegeven, gekoppeld aan de daaruit voortvloeiende ordeningsmaatregelen waaraan het Brussels Gewest tegen 2020 behoefte heeft. In 2012 zal de Regering de opties vastleggen die het ontwerp van GPDO moeten dragen.
Ruimtelijke Ordening
Het ruimtelijk ordeningsbeleid van het Gewest legt zich toe op een essentieel vraagstuk: hoe kunnen we onze territoriale middelen optimaal toewijzen binnen een beperkte geografische ruimte? Er zal een demografisch GPB opgesteld worden dat onder andere aandacht zal moeten hebben voor het behoud van economische activiteiten die zorgen voor tewerkstelling. Men mikt op een harmonieus samenleven tussen huisvesting en economische activiteiten.
Demografie
De snelle demografische groei in het Gewest is een uitdaging voor de komende jaren. De Brusselse Regering wil volop inzetten op het creëren van extra plaatsen in de scholen (mat nadruk op kleuter- en basisonderwijs) en crèches. Dit brengt natuurlijk ook de creatie van tewerkstelling met zich mee.
Werkgelegenheid en beroepsopleiding
Werk staat centraal in de institutionele hervormingen. De verdere regionalisering zal het Gewest toelaten om het werkgelegenheidsbeleid beter af te stemmen op haar specifieke toestand. Picqué zet in dit kader nog enkele cijfers in de kijker over het aantal pendelaars, het aantal Brusselse jobs dat ingenomen wordt door niet-Brusselaars en de "papy-boom" (vergrijzing). Deze cijfers tonen aan dat er in Brussel grote tewerkstellingsopportuniteiten zullen bestaan. Voorwaarde is dat de Brusselse jongeren over performante opleidingstrajecten beschikken, want tewerkstelling en opleiding zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het Gewest hecht daarom veel belang aan het tot stand brengen van samenwerkingen en het slaan van bruggen tussen operatoren van tewerkstelling en beroepsopleiding.
Een voorbeeld van transversaal werken is te vinden in de "New Deal" van beroepsopleiding en tewerkstelling - het PDSG. Dit instrument wil de kansen op werk voor Brusselaars gevoelig verhogen via de uitbouw van het opleidingsaanbod, de steun aan economische sectoren met grote werkgelegenheid en de versterking van de bestaande samenwerkingsverbanden tussen openbare en privé-actoren. Er werden 5 grote interventiedomeinen vastgelegd waarvoor middelen werden voorzien: leefmilieu (met de Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu), internationale ontwikkeling, handel & horeca, de social-profit en de vernieuwende sectoren. Hiernaast werden ook middelen vrijgemaakt voor het vergroten van het opleidingsaanbod. Bijzondere aandacht zal hierbij uitgaan naar het aanleren van talen en naar de synergie tewerkstelling/opleiding. Tenslotte is er al werk gemaakt van maatregelen uit de "New Deal" zoals het invoeren van stimuli om het nijpend tekort aan erfgoedberoepen op te vangen en het afsluiten van een nieuw protocol-raamakkoord over de Referentiecentra.
Naast maatregelen met betrekking tot opleiding zet het Gewest ook sterk in op de begeleiding van werkzoekenden. De bemoedigende resultaten van de systematische en verplichte begeleiding van jongeren door ACTIRIS zetten de Regering ertoe aan te overwegen om (in overleg met de sociale partners) dit instrument uit te breiden tot andere werkzoekenden. Met ACTIRIS wordt momenteel een nieuwe beheersovereenkomst opgesteld. Ook wenst de Regering dit jaar de laatste hand te leggen aan het uitvoeringsbesluit van de ordonnantie betreffende de ondersteuning van de Missions Locales pour l'emploi en de Werkwinkels. Andere belangrijke instrumenten van het tewerkstellingsbeleid zijn de sociale economie (met een nieuwe ordonnantie), de GECO's en de interregionale mobiliteit. Via deze maatregelen beoogt het Gewest jaarlijks duizenden banen te scheppen en te ijveren voor een daling van de werkloosheidscijfers.Economie
De Regering wil de Brusselse economie ondersteunen door maatregelen te nemen die pas opgerichte of noodlijdende bedrijven ondersteunen. Zo is er het Brussels Waarborgfonds dat KMO's en zelfstandigen opnieuw toegang verleent tot kredieten, is er het Centrum voor Ondernemingen in moeilijkheden (COm), is er het programma "een ruggensteuntje voor een nieuwe start" en zijn er instrumenten zoals de Bedrijvencentra en de Lokale Economieloketten die de plaatselijke economie en lokale werkgelegenheid mee helpen ontwikkelen.
Handel, buitenlandse handel en horeca
De handelssector en horeca zijn sectoren die voor veel banen voor Brusselaars kunnen zorgen. De "Commerce Academy" zal de behoefte aan personeel in handel en horeca invullen met bekwame jonge Brusselaars. De toeristische sector kan in de toekomst ook voor heel wat nieuwe banen zorgen. Het imago van Brussel promoten heeft dan ook een positieve invloed op de tewerkstellingsmogelijkheden in het Gewest.
Gelijke kansen
Een gelijkekansenbeleid draagt bij tot een harmonieus samenlevenen onderling respect tussen alle Brusselaars, los van het geslacht, seksuele geaardheid of afkomst. De Regering organiseert daarom sinds 2010 een Veertiendaagse van de Gelijke Kansen en de Diversiteit. De ION's en het Ministerie hebben de mogelijkheid om binnen hun organisatie diversiteitsplannen uit te voeren. In 2012 zal de Brusselse Adviesraad Gelijke Kansen opgericht worden.
U kan de integrale tekst hier lezen.


