Tracé Brussel

Beleidsnota's Vlaanderen

Onlangs dienden de verschillende Vlaamse ministers hun beleidsnota's voor de nieuwe regeerperiode (2009-2014) in bij het Vlaams Parlement. In de beleidsnota's schetsen de ministers het beleid dat ze deze legislatuur op hun domein willen voeren.

 

Hieronder vindt u samenvattingen van enkele van deze beleidsnota's, rechtstreeks of onrechtstreeks relevant voor de tewerkstellingsproblematiek in de hoofdstad. Volgende beleidsnota's komen aan bod:

 

 

Beleidsnota Werk
Philippe Muyters (N-VA) is bevoegd voor werk en komt in zijn nota met ‘een nieuwe arbeidsmarktvisie voor Vlaanderen'.

 

Die is nodig aldus de minister, want de gevolgen van de economische crisis zullen nog lang voelbaar zijn. Daarnaast moet er al verder gekeken worden naar de periode na de crisis. De 3 belangrijkste inhoudelijke ingrediënten van de nieuwe arbeidsmarktvisie voor Vlaanderen zijn een versterkt activeringsbeleid voor werkzoekenden, investeren in competentieversterking en stimuleren van de vraag naar arbeid.

 

Een versterkt activeringsbeleid betekent dat geen enkele werkzoekende aan zijn lot overgelaten wordt, maar iedere werkzoekende een passende begeleiding en (beroeps)opleiding aangeboden krijgt, met voldoende oog voor de diversiteit binnen de groep werkzoekenden. ‘Van sluitende aanpak naar een sluitend maatpak', zo werd het ook al in het regeerakkoord omschreven. De begeleiding is gericht op de kortst mogelijke weg naar passend werk in het reguliere economische circuit. Voor personen waarvoor dat niet mogelijk is, is er de sector van de sociale economie.

 

De huidige arbeidsmarkt is traditioneel sterk gericht op de bescherming van jobs (jobzekerheid). De komende jaren wil Vlaanderen de omslag maken naar de bescherming van jobmobiliteit op de arbeidsmarkt (werkzekerheid), en dus naar een recht op hertewerkstelling, outplacement en loopbaanadvies en -begeleiding.

 

De minister wil het partnerschap tussen de domeinen werk en onderwijs en vorming versterken. Samen met de minister van onderwijs en vorming zet hij in op de erkenning van elders verworven competenties en een gezamenlijke kwalificatiestructuur.

 

Er komen geïntegreerde werkwelzijn- trajecten en een systematische samenwerking tussen OCMW's en VDAB. Voor werkzoekenden voor wie betaalde arbeid niet mogelijk blijkt komt er een nieuw beleidskader, onder meer rond arbeidszorg.

 

Er is ook nood aan een versterkte samenwerking met private actoren. De voorbije jaren waren er verschillende proeftuinen ‘tendering', waarmee de mogelijkheden werden verkend van marktwerking en publiek-private samenwerking in de reïntegratie van werkzoekenden. Deze legislatuur worden die vormen van uitbesteding en samenwerking met zowel commerciële als niet-commerciële private actoren structureel verankerd. VDAB neemt hierin zijn rol als arbeidsmarktregisseur op.

 

Muyters heeft het ook over de moeilijkheden om in België een efficiënt arbeidsmarktbeleid te voeren. De federale overheid en de regio's hebben elk eigen instrumenten om zo'n beleid te voeren. De constructie van het beleid blijft onduidelijk en veel bevoegdheden overlappen elkaar. Hij dringt aan op een staatshervorming zodat Vlaanderen meer zijn eigen beleid kan voeren en kan inspelen op specifieke moeilijkheden op zijn arbeidsmarkt, zoals bijvoorbeeld de ondervertegenwoordiging van oudere werknemers.

 

Aan zo'n staatshervorming koppelt hij een financiële responsabilisering van de gewesten, in functie van de resultaten die ze bereiken. Hierbij stelt zich de vraag of ook de Gemeenschappen niet sterker financieel moeten geresponsabiliseerd worden. Onderwijs, vorming en beroepsopleiding bepalen immers mee de prestaties op de arbeidsmarkt.

 

Voor Brussel wil de minister de werking van de Brusselse arbeidsmarkt gevoelig verbeteren door een versterkte samenwerking tussen Actiris, VDAB en Forem. Het onder de vorige regering afgesproken groeipad voor
Brussel inzake (taal)opleidingen, de versterking van de interregionale samenwerking en mobiliteit, een hogere toeleiding vanuit de Huizen van het Nederlands en de Vlaams-Brusselse werkwinkels, en een versterkte opleidingsplanning afgestemd op Brusselse knelpuntberoepen zullen hiertoe bijdragen.

 

Beleidsnota Werk.

 

Beleidsnota Sociale Economie
Freya Vandenbossche (sp.a) is in de Vlaamse regering minister voor Sociale Economie. Net als Werk is Sociale Economie een gewestbevoegdheid en dus niet van toepassing in Brussel, waar de gewestregering een eigen beleid ontwikkelt. Toch is het boeiend de beleidsnota kort te overlopen.

 

In het verleden werden er verschillende tewerkstellingsmaatregelen ontwikkeld om deze doelstelling te realiseren, maar ze zijn onvoldoende op elkaar afgestemd. In afstemming met de minister van Werk zal een transparant Vlaams kader voor tewerkstellingsmaatregelen voor alle werkgevers, inclusief deze in de sociale economie, uitgetekend worden. Afstemming met de federale en Europese regelgeving is hierbij cruciaal.

 

Rekening houdend met de afstand tot de arbeidsmarkt wordt een matrix van 4 modules tot ondersteuning van de beoogde (potentiële) werknemers en/of werkgevers vooropgesteld. Deze modules zijn opleiding op de werkvloer, begeleiding op de werkvloer (omkadering), een loonpremie (op basis van de afstand tot de arbeidsmarkt) en aanpassing van de werkplek/arbeidsomgeving. De modules zijn onderling combineerbaar naargelang de noden van de betrokken werknemer.

 

De uitstroom uit de sociale economie' kan beter. Om het bereik van de maatregelen te verhogen, zal in de toekomst meer aandacht besteed worden aan doorstroom. Via persoonlijke ontwikkelingsplannen wordt gestreefd om doelgroepwerknemers in de sociale economie te laten doorgroeien. Toont een screening van de competenties aan dat de afstand tot de arbeidsmarkt verkleind is, dan zal bekeken worden hoe de opstap/doorstroom het best gerealiseerd kan worden.

 

Of de stap naar de reguliere economie een succes wordt, hangt voor een groot stuk af van de begeleiding en ondersteuning bij de nieuwe werkgever. Die laatste staat er niet alleen voor. De werknemer krijgt een rugzak mee. Dit kan naargelang de aard van de afstand tot de arbeidsmarkt gaan over een lagere loonpremie (al dan niet van beperkte duur), aanpassingen van de arbeidspost en de mogelijkheid tot begeleiding op de werkvloer. Als blijkt dat een duurzame doorstroming niet haalbaar blijkt, dan moet een terugkeer naar de sociale economie mogelijk blijven.

 

Een ander belangrijk thema dat binnen het beleid sociale economie vooropgesteld wordt, is het realiseren van maximale maatschappelijke meerwaarden. Ondernemen in de toekomst vereist een andere kijk op ondernemen. Economische winst zal niet langer de enige maatstaf zal zijn, ecologische en maatschappelijke rentabiliteit zullen op gelijke hoogte moeten staan. Partnerschappen en innovatie zijn in dit concept kernprincipes. Dit vooruitzicht biedt kansen voor organisaties en ondernemingen die zich richten op innovatie.

 

Beleidsnota Sociale Economie.

 

Beleidsnota Brussel
Voormalig Brussels minister Pascal Smet (sp.a) is nu minister in de Vlaamse regering en kan via zijn portefeuille van Brusselse aangelegenheden toch nog zijn stempel drukken op het beleid in de hoofdstad van Vlaanderen. Als voogdijminister streeft hij naar een betere rol- en bevoegheidsverdeling tussen tussen de Vlaamse overheid en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Er wordt daarom een kerntakendebat opgezet en een ambtelijke "Task Force Brussel" opgericht. Op het vlak van gewestoverschrijdende materies als mobiliteit, ruimtelijke ordening en werk kan een doorgedreven partnerschap tot een winwinsituatie leiden, waar beide gewesten de vruchten van plukken. Vanuit zijn coördinatiebevoegdheid voor Brussel-Hoofdstad zal Smet participeren aan het overleg dat daaromtrent door de Minister-President wordt op gang getrokken en gecoördineerd.

 

Smet wil er voor zorgen dat het Nederlands in Brussel ‘merkbaar aanwezig is'. Beleidsmatig vertaalt zich dat in een positief taalpromotiebeleid, gratis taallessen Nederlands en het bepleiten van een correcte naleving van de taalwetgeving. Concreet worden specifieke acties verder uitgewerkt rond het aanleren en verbeteren van de kennis van het Nederlands gericht op beroepssectoren, bijvoorbeeld lessen Nederlands en oefenmomenten voor onthaalpersoneel van Brusselse culturele instellingen, winkeliers, ...

 

het Huis van het Nederlands zal een positie bekleden als expertisecentrum rond meertaligheid in Brussel, vertrekkende van het Nederlands.

 

Beleidsnota Brussel.

 

Beleidsnota Onderwijs

Pascal Smet is ook bevoegd voor onderwijs. De problematiek van anderstaligen in het Nederlandstalig onderwijs krijgt veel aandacht. Volgens minister Smet staan een aantal knipperlichten op oranje en zelfs op rood. De minister wil dat de ouders een geëngageerde keuze maken. Smet verstaat hieronder dat kinderen niet enkel tijdens de schooluren maar ook na de schooluren in contact komen met het Nederlands door bijvoorbeeld actief te zijn in een Nederlandstalige sportclub, kijken naar Ketnet, enz. Ouders moeten Nederlandstalig zijn of ze willen tot de Nederlandstalige samenleving behoren.

 

De problematiek van te weinig plaatsen in het Nederlandstalig onderwijs is volgens de minister niet prioritair. Enkel heel gericht waar er nood is kunnen er scholen bijkomen zoals bijvoorbeeld in de Vijfhoek waar veel Nederlandstalige ouders wonen en waar er werkelijk een tekort is aan Nederlandstalige scholen. Het aandeel van Nederlandstalige kinderen dreigt anders te verwateren. Volgens minister Smet staat minister Vanraes (Open VLD) alleen met zijn vraag om tegen 2015 3.000 extra plaatsen in het Nederlandstalig onderwijs te voorzien.

 

In de afschaffing van het Steunpunt GOK ziet de minister niet veel problemen. Hij wil het universitair steunpunt integreren in de pedagogische begeleidingsdiensten die hiervoor in de eerste plaats verantwoordelijk voor zijn.

 

Een andere belangrijke taak van het onderwijs is uiteraard leerlingen voorbereiden op een succesvolle start op de arbeidsmarkt. Hij wil dat doen in nauwe samenwerking met de beleidsdomeinen Vorming en Werk. Een belangrijke stap hierbij is talenten, competenties, zichtbaar maken, via de kwalificatiestructuur. De erkende kwalificaties worden in een publiek consulteerbare kwalificatiedatabank geregistreerd. Die databank wordt inhoudelijk gekoppeld met de leer- en ervaringsbewijzendatabank, waarin alle kwalificatiebewijzen die mensen verworven hebben, worden opgeslagen en met de opleidingendatabank. Voor de beroepskwalificaties wordt gezocht naar afstemming met COMPETENT, de databank met beroepscompetentieprofielen die de SERV en VDAB ontwikkelden.

 

Om de relevantie van de arbeidsmarktgerichte opleidingen te verzekeren, is werkplekleren noodzakelijk, ook in het volwassenenonderwijs. Er komen kwaliteitsstandaarden voor werkplekleren. Werkplekleren vormt een cruciaal onderdeel in het Hoger Beroepsonderwijs. Om het hoger beroepsonderwijs (HBO5) te ontwikkelen, zal de regering beroepskwalificaties erkennen. Die worden dan in onderwijskwalificaties omgezet, waarmee de onderwijsverstrekkers aande slag kunnen om voorstellen van opleidingen in te dienen. Momenteel wordt het systeem van kwaliteitszorg voor het hoger beroepsonderwijs verder uitgeklaard en de afspraken daarover voorbereid.

 

De ontwikkeling van het hoger beroepsonderwijs vraagt een intense samenwerking tussen de hogescholen en de CVO's. De samenwerking blijft niet beperkt tot onderwijsverstrekkers. Het zal eveneens mogelijk zijn om een verregaande samenwerking aan te gaan met de publieke opleidingsverstrekkers Syntra en VDAB, waarbij Syntra en VDAB de mogelijkheid krijgen om onderdelen van opleidingen van het hoger beroepsonderwijs te verzorgen en te valideren.

 

Voor de gelijke behandeling van iedereen die zich op de arbeidsmarkt begeeft moet de erkenning van competenties steunen op een geobjectiveerde beoordeling. De afstemming van procedures, instrumenten en methodieken voor EVC-initiatieven in hogescholen, universiteiten, CVO, VDAB, Syntra en testcentra voor het ervaringsbewijs is dan ook noodzakelijk. Het kwaliteitstoezicht op EVC moet equivalent zijn aan het kwaliteitstoezicht dat geldt voor opleidingen die naar erkende kwalificaties leiden. Om EVC ruimere bekendheid te geven, richten we een uniek loket op. Mensen zullen er terecht kunnen met hun vragen over waar, hoe en onder welke voorwaarden ze hun competenties kunnen laten erkennen. Ook de erkenning van buitenlandse diploma's wordt een opdracht van dit loket.

 

Het Deeltijds Beroepssecundair onderwijs en de leertijd van Syntra vormen bijzondere vormen van werkplekleren. Smet zal de realisatie van het voltijds engagement goed opvolgen. Een degelijke monitor van de verschillende fasen - persoonlijke ontwikkelingstrajecten, voortrajecten, brugprojecten en arbeidsdeelname - moet de evoluties in kaart brengen, en hem een basis bieden om na te gaan of die opleidingen hun doelstelling realiseren.

 

Het overleg binnen de regionale overlegplatformen (ROP) moet verder vorm krijgen. Via dit overleg zullen de banden met de arbeidsmarkt en de sluitende aanpak versterkt worden. Bij de overgang van de deeltijds lerenden naar de arbeidsmarkt wil de minister een sluitende aanpak met de VDAB realiseren. VDAB zal over alle noodzakelijke gegevens over de leerling kunnen beschikken. De trajectbegeleiding vanuit de school moet naadloos doorlopen in de begeleiding naar en op de arbeidsmarkt. Laatstejaarsleerlingen zowel in het secundair onderwijs als in het hoger onderwijs worden voorbereid op hun intrede in de arbeidsmarkt. Verplichte stages voor jongeren in het arbeidsmarktgericht onderwijs moeten een succesvolle start op de arbeidsmarkt bewerkstelligen.

 

Beleidsnota Onderwijs.